Een stukje uit het boek:

Vanaf het vertrek bij het klooster hadden Drew en Ann nog geen woord met elkaar gewisseld. Ze luisterden beiden gespannen naar alle geluiden om hen heen; veraf en dichtbij. Met dat het daglicht toenam, zakte de spanning. Ze konden de weg nu steeds verder afkijken, zowel voor als achter hen.
Ann was de eerste die het zwijgen doorbrak. “Wat denk jij ervan?”, fluisterde ze zacht.
Drew haalde zijn schouders op. “Ik weet eerlijk gezegd niet wat ik ervan moet denken. Tenzij iemand ons gisteravond heeft herkend en de prior voor ons heeft willen waarschuwen, snap ik niet waarom we zo in het geheim moesten vertrekken.”, antwoordde Drew al nadenkend.
“Vertrouw jij de prior?”, wilde Ann nu weten.
Drew schudde twijfelend zijn hoofd. “Ik kan me niet voorstellen dat de broeders het op eigen houtje hebben gedaan”, concludeerde Drew. “Maar op deze manier kan de prior wel beweren dat het onze eigen wens was om zo vroeg te vertrekken.”
“Dat bedoel ik!”, viel Ann hem bij. “Maar door alle haast weten wij niet waar we voor moeten oppassen.”
Drew knikte enkel.
“Eén voordeel”, grinnikte Ann. “We zijn vroeg op pad, dus de bodes zullen we niet missen!”